Westbeat, de nieuwgebouwde Amsterdamse culturele rafelrand, is misschien wel té goed.

Kunst, en zeker avant garde-kunst, gedijt bij de rafelranden van de samenleving. Zeker in de tweede helft van de 20ste eeuw was industrieel erfgoed en nog niet gerenoveerd stadsschuim dé plek waar kunst zich aan de normen van de heersende klasse kon onttrekken. De NDSM-werf in Amsterdam Noord, Hal 4 of de Onderzeebootloods in Rotterdam, Ceramique in Maastricht, Sterrebos in Utrecht en een oude tandpastafabriek in Amersfoort waren plekken waar het gebeurde. Uiteindelijk zijn ze allemaal ten prooi gevallen aan stadsontwikkeling en gentrificatie, juist omdat ze meehielpen de no go-area’s waar ze zich bevonden tot bloei te brengen. Na creatieven volgen onvermijdelijk projectontwikkelaars.

Beste lezer: Donaties zijn nodig!
Je leest dit verhaal gratis. Dat kan dankzij donaties van lezers. Zo blijven we onafhankelijk van subsidies en grote sponsors. Je kunt zelf bepalen wat dit verhaal je waard is. Je bijdrage komt rechtstreeks bij de auteur terecht!
Ondersteun deze auteur!

Doneer aan deze auteur

We maken je donatie rechtstreeks aan de auteur over.
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Nu heeft Amsterdam daar wel een heel grappige oplossing voor gezocht. In Nieuw-West, het gebied ten westen van de ringweg A10, die voor veel Amsterdammers een grens is tussen beschaving en barbarij, moet leven komen, en dus ook cultuur. Nu zijn er kantoren die dienstdoen als geluidswal, waarachter een troosteloos naoorlogs wijkje schuilgaat, dat gebouwd is voor auto’s. Omdat de nieuwe tijd er een is waar men heeft ontdekt dat je beter steden kunt bouwen voor mensen in plaats van hun vierwielers, is een oprit van de gruwelijk efficiënte Dr Lelylaan opgeofferd voor WestBeat, een pioniersgebouw dat op dit moment helemaal in zijn eentje de buurt moet gaan verheffen.

Multifunctioneel

Westbeat heeft prijzen gewonnen en dat is best terecht. Zelden was de term ‘multifunctioneel’ zo treffend in beton vormgegeven. De begane grond, die leuk meedeint met de voormalige oprit van de wouldbesnelweg waar hij naast ligt, is vele meters hoog en voorzien van een gewelvenplafond dat doet denken aan Romaanse kerkarchitectuur. Het is een tempel, waarbij een centrale passage omlijst wordt door grote, vooral vierkante kapellen waarin je dingen kunt doen, zoals een Alzheimervereniging kantoor laten houden, of het Amsterdamse stadsgezelschap ICK laten dansen.

Ik was zaterdag 11 september bij de opening en de indruk was overweldigend. Maar ik zou mezelf niet trouw zijn als er ook niet iets zou knagen. Want, ja, de architect is er in geslaagd om een ruimte te scheppen voor creatieve invulling, die mede gefinancierd wordt door de dure appartementen daarboven, maar hoe vrij ben je werkelijk in dat betonnen gewelf? Ik dacht aan de rafelranden waaraan ik zo gehecht ben geraakt, de gebouwen, zoals ook de Verkadefabriek en omgeving in Den Bosch, waar je wat aan kunt verspijkeren omdat je daar zin in hebt. En toen zag ik het keiharde beton van Westbeat en vermoedde dat daar geen boorhamer in gaat zonder dar er in tienvoud toestemming voor is geregeld.

Eeuwigheid

Nu is dat allemaal op te lossen door in de ruimtes tijdelijke structuren te bouwen van hout en gasbeton, en dat is precies wat er is gebeurd in Westbeat. Heel handig en ruimte zat, zou je zeggen, al schijnt ICK op dit moment al te weinig plek te hebben om alle kantoormedewerkers onderdak te bieden in de creatieve berg hout die ook dienst doet als tribune voor lezingen en symposia. Dat tijdelijke karakter heeft ook een nadeel, en dat is dat het gebouw nooit echt van jou wordt. Het beton speelt een hoofdrol als eeuwigheidsmonument waarin de meer of minder culturele gebruikers slechts passanten zijn.

Met een oude kerk of fabriekshal waar de electriciteitskabels en flarden asbest nog uit de zoldering steken is dat toch anders, mede vanwege het feit dat je niet de hoofdprijs aan huur betaalt. In Westbeat ziet alles er duurder uit, en het gebruik oogt vluchtiger, minder vanuit het hart. Hier kan, als het financieel tegenzit, ook zo een hotel in, zoals ook gaat gebeuren met het al even tijdelijk verbouwde Compagnietheater in de hoofdstad.

Danstheater

Dus misschien moeten we er pas over 20 jaar over oordelen, als de buurt eromheen een culturele hotspot voor gewone en chique Amsterdammers is geworden, die er met de fiets of het OV heen komen. Misschien is er een levendig plein ontstaan, waar skaters en schilders hun dingen kunnen doen. Misschien is dat restaurant dan wel een internationale trekker geworden. Misschien is er zelfs een echt danstheater naast gebouwd, omdat een echt theater toch een betere bevestiging van je cultuurliefde is, als projectontwikkelaar, dan iets multifunctioneels.

Foto bovenaan:
De Rhino-Space, een tribune waaronder de kantoren van ICK huizen. Medewerkers kunnen ook met laptop in de shared space terecht. (foto: Wijbrand Schaap)

Laat je waardering voor dit verhaal blijken.

We maken je donatie rechtstreeks aan de auteur over.
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Over de auteur van dit verhaal:

Wijbrand Schaap

Cultuurpers heet het geesteskind dat ik in 2009 op de wereld zette. Voor ik dat deed was ik (sinds 1996) kunstverslaggever voor onder meer Algemeen Dagblad, Utrechts Nieuwsblad, Rotterdams Dagblad en GPD. Daarvoor deed ik van alles. Studeren enzo. Theater maken. Inspraakavonden notuleren. In een bandje spelen. Ik schreef - en schrijf ook voor specialistische bladen als TM, Boekman, Ons Erfdeel en De Vogelvrije Fietser. Ik help je met schrijven als je het heel lief vraagt. Ik ben getrouwd met Suzanne Brink en heb een kat die Edje heet, een pup die Fonzie heet en een hond die genoemd is naar Rufus Wainwright.